Degenen die deel 2 van ‘De Spiegel van Merlijn’ al uit hebben, weten dat deel 3 zich af gaat spelen in de Romeinse tijd. Weer een nieuw tijdperk, en dus weer heel veel research te doen. Hoe leefden mensen in die tijd? In wat voor huizen woonden ze? Wat deden ze in hun vrije tijd? Wat voor kleding droegen ze? Hadden ze huisdieren? Allemaal vragen waar je als schrijver het antwoord op moet weten, als je een boek wilt schrijven waarin alles klopt.
Research doen kan op veel verschillende manieren: boeken lezen, zoeken in archieven, mensen interviewen of locaties die in je boek voorkomen bezoeken. Het derde deel gaat ‘De wraak van de Vesuvius’ heten. Het speelt zich af in het stadje Pompeï dat in het jaar 79 door de uitbarsting van deze vulkaan onder een dikke laag as en stenen bedolven werd. Natuurlijk heb ik drie dagen door Pompeï rondgezworven en heb ik alle routes gelopen die Hayley, Lorna en Jake ook gaan afleggen in het boek. Maar daarover meer in een volgende blog.

Nu wil ik het hebben over research dichter bij huis, want hoewel lang niet iedereen dit weet, zijn de Romeinen ook in Delft geweest. In het Abtswoudse Bos zijn resten gevonden van een Romeinse nederzetting. Geen grote stad met stenen huizen zoals Rome of Pompeï, maar een klein gehucht waar een paar houten huizen stonden. Vorig weekend organiseerde Erfgoed Delft een open dag op de plek waar gegraven werd. Archeologen legden aan geïnteresseerde bezoekers uit waar ze naar zoeken, hoe ze zoeken en hoe ze dingen registreren. Hoewel ik zelf ook bij Erfgoed werk – het Stadsarchief is daar een onderdeel van – wist ik eigenlijk bijna niets van archeologie. Een goed excuus om eens rond te kijken op de plek van dit archeologische onderzoek en te horen wat mijn collega’s te vertellen hadden.
Dat rondkijken deed ik natuurlijk deels door de ogen van mijn personages. De twaalfjarige Lorna is gek op geschiedenis. Zij zou deze opgraving daarom natuurlijk ook enorm interessant gevonden hebben. Enthousiast als ze is, zou ze waarschijnlijk honderden vragen afgevuurd hebben op de archeologen. Gelukkig voor mijn collega’s had ik minder vragen. Van gewoon luisteren naar wat er verteld wordt en de vragen van andere bezoekers kun je ook al heel veel leren. Zo werd er bijvoorbeeld verteld dat er verschillende soorten potscherven zijn gevonden. Heel simpele potten, die gemaakt waren door de lokale bevolking, maar ook kwalitatief beter aardewerk dat geïmporteerd werd uit o.a. Zuid-Gallië (Frankrijk) en de omgeving van Trier. Het verschil was duidelijk te zien – en te voelen. In de vitrines lagen verder nog gevonden dierenresten uitgestald, waaronder de kaak van een koe. De archeoloog liet ook een recente koeienkaak zien, die een stuk groter was. Niet alleen mensen waren dus 2000 jaar geleden kleiner dan nu, koeien blijkbaar ook. Weer iets geleerd.

Bij een andere stand werd uitgelegd hoe 3D-scannen in zijn werk gaat. Door middel van een scanner met een GPS-systeem dat op twee centimeter nauwkeurig is en foto’s die van alle kanten gemaakt worden en voor minimaal 90 procent overlappen, maakt de computer een supernauwkeurig driedimensionaal model, dat door de GPS ook nog op een plattegrond geprojecteerd kan worden, zodat je precies weet waar een bepaalde scan gemaakt is. Prachtig speelgoed, zoals de archeoloog het zelf noemde, terwijl hij op het scherm een gevonden dierenskelet van alle kanten liet zien.

Een stukje verderop werd uitleg gegeven over de opgraving zelf. Het bovenste deel van de grond was weggehaald met behulp van graafmachines, waarna de archeologen met de grootste precisie het fijne werk deden. Door kleurverschillen van de grond was precies te zien waar bijvoorbeeld slootjes hadden gelopen. Ook werd verteld hoe te reconstrueren was waar huizen gestaan hadden. De houten palen zelf zijn in de loop der eeuwen vergaan – die kunnen blijkbaar alleen overleven als ze onder het grondwater zitten – maar door kleurverschillen in de grond kunnen we nog wel zien waar ze gestaan hebben. Dikke palen stonden in het midden om het dak te stutten, dunnere palen aan de randen om de muren van riet en leem aan te bevestigen. Door ze allemaal in kaart te brengen, zie je precies waar een huis gestaan moet hebben. Op deze manier komt het verleden weer helemaal tot leven. En er waren ook nog witte, genummerde kaartjes op de grond bevestigd. Die gaven aan waar de vondsten gedaan zijn. Eigenlijk net als de recherche op een plaats delict doet.

Er waren natuurlijk ook kinderactiviteiten. Lorna zou zich daar ongetwijfeld vol overgave op gestort hebben. Uit een hele berg scherven de juiste zoeken om een gebroken pot of vaas weer in elkaar te zetten – heel provisorisch met schilderstape – zou ze absoluut fantastisch gevonden hebben. Verderop was een klein stukje grond waar kinderen zelf mochten graven om op zoek te gaan naar potscherven en andere voorwerpen. Lorna zou gelijk in de modder gesprongen zijn. Jake waarschijnlijk ook. En Hayley? Nee, die zou alleen maar toegekeken hebben. Die maakt zich niet graag vies en zou zich vooral afgevraagd hebben hoe ze alle kleding weer schoon moest krijgen.

Er liepen ook nog mensen in Romeinse kleding rond, die onder andere muziek maakten en oude ambachten demonstreerden. Met een beetje fantasie waande je jezelf in de Romeinse tijd. Daar had je in dit geval geen toverspiegel voor nodig.

Al met al was het een leerzame open dag waar vooral Lorna van genoten zou hebben. Ikzelf vond het in ieder geval heel interessant. Dank aan alle collega’s van Erfgoed die dit mogelijk gemaakt hebben.
Wil je meer weten over de opgraving? Kijk dan op de website van Erfgoed Delft:
https://erfgoeddelft.nl/nieuws/open-dag-opgraving-abtswoudse-bos
https://erfgoeddelft.nl/nieuws/romeinen-in-abtswoudse-bos-in-delft